€ 23,-
De visie op Nederland en Duitsland in het interbellum is lang gekleurd geweest door moralisme - vanwege de allesoverheersende discussie over de Tweede Wereldoorlog - en het cliché van een gezapig Nederland. Deze bundel presenteert een nieuwe, open kijk. De auteurs belichten intensieve Nederlands-Duitse contacten, samenwerking en overdracht van ideeën, evenals een bloeiende culturele infrastructuur van onder meer onderzoeksverbanden, verenigingen en kunsthandel. Veel zaken passeren de revue: van de Nederlands-Duitse politieke betrekkingen tot de gereformeerde reacties op Karl Barth, van de archeoloog A.E. van Giffen tot de middelaar Friedrich Markus Huebner, van de Nederlandsch-Duitsche Vereeniging tot het tijdschrift Het Duitsche Boek. Deze interdisciplinaire aanpak brengt intellectuele, wetenschappelijke, artistieke, literaire en politieke facetten met elkaar in verband en toont het interbellum als een etappe in het moderniseringsproces dat zowel in Nederland als in Duitsland plaatsvond.
Inhoud: FRITS BOTERMAN, Inleiding THOMAS W. GIJSWIJT, Neutraliteit en afhankelijkheid. De Nederlands-Duitse politieke betrekkingen tijdens de Eerste Wereldoorlog MARIANNE VOGEL, Middelaars en moderniteitsdiscoursen. Over De vrouw van morgen en de verhouding van Duitsland en Nederland in het interbellum ISMEE TAMES, De Nederlandsch-Duitsche Vereeniging en het verlangen naar ware cultuur UTE SCHÜRINGS, Provincie zoekt metropool. De reputatie van Berlijn in de Nederlandse literatuur van het interbellum ANDRÉ BEENING, Problemen bij beeldvormingsonderzoek, aan de hand van de Nederlands-Duitse relaties DIEUWERTJE DEKKERS, 'Bonte schreeuwerigheid' uit het 'kunst-arme Groningen'. Hoe in Nederland op De Ploeg werd gereageerd (1922-1940) CHRIS REHORST, Hannah Höch en Nederland GREGOR LANGFELD, Vier kunsthandelaren van moderne Duitse kunst in Nederland LÉON HANSSEN, Verstrikt in lussen van welsprekendheid. Thomas Mann, Nederland en Europa ALEXANDRA PAFFEN, 'Unser vielleicht bestes ertragreichstes Jagdrevier, Holland'. Erika en Klaus Mann in Nederland in de jaren 1933-1936 CHRISTIAAN JANSSEN, Verantwoorde gids door Duits boekenland? Receptie van de Duitse literatuur in Nederland aan de hand van de tijdschriften Het Duitsche Boek (1930-1933) en De Weegschaal (1934-1944) MARTIJN EICKHOFF, 'Zusammenarbeit dies- und jenerseits der deutsch-holländische Grenze': A.E. van Giffens archeologisch onderzoek in Noord-Nederland (1920-1940), wetenschappelijke uitwisseling met Duitsland en de Westforschung GEORGE HARINCK, 'Naar Duitschland trekken om gedachten te leenen'. De vroege receptie van de theorie van Karl Barth in Nederland (1919-1926) RIES ROOWAAN, Naast de grote machten. Nederlands-Duitse politieke en handelspolitieke betrekkingen 1918-1933 BASTIAAN SCHOT, Ebert/Hindenburg vs. Wilhelmina. De rol van het staatshoofd in de parlementaire democratie PETER JAN KNEGTMANS, De Amerikaanse verleiding. Veranderende oriëntatie in de Nederlandse wetenschapsbeoefening Namenregister
'Es ist schade, daß nur weinige Beiträge das Niveau der Texte von Hansen, Schürings und der Einleitung von Botermans selbst erreichen und daß die Mehrzahl der Beiträge enttäuschend flach bleibt. So ist der Band nicht mehr als ein Programm, mit noch vielen unzureichend ausgearbeiteten Bestandteilen. Bleibt nur, auf Botermans eigene Monographie zum Thema zu warten, sowie auf die hoffentlich überzeugenden Untersuchungen der Historiker, Klunsthistoriker und Germanisten, die in diesem Band ihre eigene Forschung in begrenztem Rahmen erläutern.' Friso Wielenga in: Das Jahrbuch des Zentrum für Niederlande-Studien 14 (2003).