€ 15,-
Gesinus Gerhardus Kloeke (1887-1963) was van oorsprong een germanist die zich langs dialectologische lijnen tot neerlandicus ontwikkelde. Van 1920 tot 1950 domineerde de taalgeografie de neerlandistiek en reikte de problemen voor de historische taalstudie aan. Kloeke bestudeerde verschillende taalgebieden en richtte zich vooral op de klank- en vormenleer. Daarnaast schreef hij tal van artikelen van algemeen theoretische en methodologische aard en enkele letterkundige bijdragen. Hoogtepunt van Kloekes werk vormt zijn boek over de zogenaamde Hollandsche expansie, waarin hij de visie verdedigt dat het de elite is die spraakmakend is en zich op haar beurt richt naar het 'hogere' taalmedium, de schrijftaal. Kloeke was een voortvarend organisator, een inspirerend docent en promotor, maar bovenal een creatief taalgeleerde die door zijn methoden en ideeën ook nu nog weet te boeien.
Inhoud: COR VAN BREE, Een biobibliografische schets van Gesinus Gerhardus Kloeke HANS BENNIS, Een Duitse expansie HANS DEN BESTEN, Kloeke en het Afrikaans EVERT VAN DEN BERG, G.G. Kloeke als mediëvist JO DAAN, Herinnering aan Kloeke TON GOEMAN, Methodologische vernieuwing in het dialectologisch onderzoek van Kloeke PIETER VAN REENEN, Kloekes Hollandsche Expansie. Palatalisering, diftongering en opening van de Westgermaanse u tussen 1300 en 1700 HARRIE SCHOLTMEIJER, G.G. Kloeke en de F-zijde van de Nederlandse dialectologie MAARTEN C. VAN DEN TOORN, Kloeke en het normendebat
'De verschillende bijdragen uit dit tijdschrift tonen aan dat G.G. Kloeke een grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de taalkunde in Nederland, alsmede op de studie van de middeleeuwse Nederlandse letterkunde.' In: Zuid-Afrika 83 (2006) nr. 5, p. 95.