€ 14,-
Jan van Hout is een fenomeen. Door de innoverende en rusteloze activiteiten die hij ontplooide als stadssecretaris, maakte hij van het zestiende-eeuwse Leiden een moderne stad waarin ruimte was voor alle geloofsovertuigingen. Hij wist nieuwe soorten nijverheid en werkkrachten van buiten aan te trekken en was nauw betrokken bij de op- en inrichting van de universiteit. Ook legde hij de grondslag voor sociale voorzieningen van stadswege. Naast zijn drukke werkzaamheden voor de stad schreef hij gedichten. Terecht geldt hij als een vernieuwer van de Nederlandse poëzie. Zijn tomeloze energie, die gepaard ging met grote nauwgezetheid en plichtsbetrachting, maakte dat hij heel wat tegenstand opriep. Te meer daar hij voorstander was van een aanpak gestoeld op praktische zin en gezond verstand, die inging tegen gemakzucht en slapte. Wat hem vooral voortdreef, zo maakt deze biografie duidelijk, was een grote liefde voor zijn vaderstad.
'De laatste biografie van Jan van Hout, van de hand van J.C.H. de Pater, verscheen in 1946. Ook al is De Paters boek nog altijd interessant, de stijl ervan is toch wel behoorlijk gedateerd. Bovendien is het alleen nog antiquarisch verkrijgbaar. Belangrijker echter is dat Bostoens biografie tal van nieuwe gegevens bevat die door hem en anderen uit de archieven zijn opgediept. De auteur blijft in zijn uitbeelding van Jan van Hout dan ook dicht op die archivalische bronnen. Hij citeert er ruimschoots uit. Dat verhoogt de levendigheid van de biografie, temeer daar Bostoen niet alleen de citaten in transcriptie geeft, maar zich ook een meester toont in de hertalingen die hij eraan toevoegt.' Han C. Vrielink op: www.historischhuis.nl/recensies 15-03-2010; 'De auteur heeft vooral getracht door archiefonderzoek nieuwe gegevens boven tafel te krijgen, die een aanvulling zijn op bestaande secundaire literatuur. Het boekje bevat een aantal nieuwe wetenswaardigheden [...] Aandacht krijgt, dat Van Hout een belangrijke rol speelde in de strijd tussen kerk en stadsbestuur. Hoewel een trouw calvinist wees hij elke interventie van de kerk in het publieke domein af. Ook laat Bostoen zien, dat Van Hout grote belangstelling voor literatuur had en dat hij actief was als dichter en vertaler. [...] Om een rode draad te vinden, heeft de auteur het uitvoerige testament van jan van Hout als leidraad genomen [...]. Het is echter niet gelukt op deze wijze een heldere structuur te ontwerpen. Het boekje is nogal fragmentarisch en bepaalde passages zijn erg uitgesponnen op soms ondergeschikte punten. Wel komt de veelzijdigheid van Van Hout goed tot uiting: een initiatiefrijk man, boordevol ideeën. [...] De rol van Jan van Hout als vernieuwer van het openbaar bestuur wordt in de monografie jammer genoeg slechts in zeer kort bestek behandeld.' J.K.T. Postma in: Openbaar bestuur 20 (2010) 10, p. 31-32; 'Zoals gezegd is deze biografie gebaseerd op nieuw onderzoek van de primaire bronnen, en met legendevorming uit het verleden wordt kalm maar beslist afgerekend [...]. De feitelijke informatie die hier staat is dan ook van woord tot woord verantwoord en lacunes in onze kennis worden gesignaleerd en niet, zoals in oudere biografieën wel gebeurde (G.D.J Schotel was er een meester in), bloemrijk ingevuld. En zo moet het natuurlijk. Jammer is wel dat het "verhaal" er bij Bostoen nu wel erg bekaaid afkomt. Zijn boek is - zoals hij zelf in zijn inleiding ook aangeeft - "sterk archiefgericht": het volgt inderdaad nauwelijks de chronologie, maar biedt eerder een thematisch gearrangeerde behandeling van de archivalia die op Van Hout betrekking hebben. Boeiend genoeg, maar van de "handzame biografie" de in de inleiding beloofd wordt, is op die manier toch niet echt sprake. [...] Zo kan het, en misschien moet het wel zo als de biograaf bij de feiten wil blijven, maar met een iets andere organisatie had het allemaal ook wel wat sappiger gekund.' Ton van Strien in: Vaktaal 23 (2010) 1/2, p. 29; ‘Dankzij een combinatie van doorgedreven archiefonderzoek en informatie geput uit literaire bronnen, is de auteur erin geslaagd een boeiende aanvulling te geven bij het portret van vroegere onderzoekers, die hij op een aantal plaatsen terecht corrigeert. […] Doorheen de hoofdstukken blijft religie een grote rol spelen en blijkt hoe Van Hout, katholiek van geboorte maar later protestant geworden, zich blijft kanten tegen het ontluikende religieuze fanatisme van een aantal calvinisten. Meteen krijgt de lezer dus als toemaatje bij de biografie een boeiende getuigenis van een van de cruciale periodes uit de geschiedenis van de stad. […] Het boek is toegankelijk geschreven en rijkelijk geïllustreerd […]. Desondanks kan men, om Van Hout volop naar waarde te schatten, niet zonder vroegere studies […]. Misschien moet Karel Bostoen toch maar de tijd nemen om het bestaande materiaal tot een totaalbiografie te verzamelen, een mooie gelegenheid ook om de documenten op te nemen die volgens hem een integrale uitgave en analyse verdienen.’ J. De Landtsheer in: De Zeventiende eeuw 27 (2011) 1, p. 111; ‘Als structurerend element voor zijn levensbeschrijving koos Bostoen Van Houts testament dat, naast de gebruikelijke materiële en praktische regelingen, ook functioneerde als een soort geestelijke nalatenschap. […] Naast dit uitzonderlijke testament doet Bostoen met name een beroep op een divers en breed scala aan archivalia. De vele illustraties vormen een goede ondersteuning van het betoog. […] Bostoen heeft gepoogd bepaalde hiaten, zoals de al genoemde ontmoeting met zijn eerste echtgenote, vanuit zijn fantasie aan te vullen. Soms gaan zijn speculaties wat te ver […]. Ondanks deze kanttekeningen heeft Bostoen niet alleen het beeld van Jan van Hout maar ook dat van zijn stad en haar jonge universiteit verrijkt.’ Anneke C.G. Fleurkens in: TNTL 126 (2010) 3, p. 327-329. Tevens besproken door Péter Eredics in: Magyar Könyvszemle 127 (2011) 2, p. 274-276 en in: NBD Biblion 07-06-2010.