€ 23,-
Dirk Frans Pont (1893-1963) was burgemeester van Uithoorn, Hillegom en Apeldoorn. Onder zijn ambtsbroeders was hij een buitenbeentje, een geval apart. Zijn bestuurs- en levensstijl waren allesbehalve voorzichtig. De keuzes die hij maakte, brachten hem soms in grote moeilijkheden. Dat was bijvoorbeeld het geval toen hij in 1937 lid werd van de NSB, waarna prompt ontslag volgde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Pont aan het Oostfront deel aan de strijd tegen de Russen. Na zijn terugkeer benoemde de Duitse bezetter hem in december 1942 tot burgemeester van Apeldoorn, een functie die hij tot het eind van de oorlog met verve vervulde. Na de bevrijding werd hij drie jaar geïnterneerd. Pont vertoonde een grote geldingsdrang, wilde graag haantje de voorste zijn en had overal een mening over. Deze biografie geeft een boeiend en genuanceerd beeld van het kleurrijke leven van een bestuurder vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog.
'Dirk Pont, de oorlogsburgemeester van Apeldoorn, was een bekwaam bestuurder. Maar wel één die in zijn leven onder bijzondere omstandigheden verkeerde keuzes heeft gemaakt. Zo werd hij in 1937 lid van de NSB, in 1941 streed hij in Duitse dienst aan het Oostfront. De schrijvers stellem hem direct verantwoordelijk voor het leed dat de Apeldoornse bevolking werd aangedaan. [...] Wie meent hem daarom alles in de schoenen te kunnen schuiven, doet hem echter geen recht en houdt onvoldoende rekening met de historische context waarin Pont opereerde. Als burgemeester had Pont op tal van terreinen veel minder speelruimte dan wordt verondersteld. De Roos geeft als voorbeeld de jodenvervolging, die aan bijna 600 Apeldoorners het leven heeft gekost. "Het is onjuist Pont daarvoor verantwoordelijk te stellen. Weliswaar was hij in naam hoofd van de Apeldoornse politie, maar in de praktijk was van zeggenschap van de burgemeester over de politie sinds 1943 nauwelijks meer sprake." [...] Er is volgens de schrijvers ook geen enkel bewijs dat Pont persoonlijk betrokken was bij de jacht op joden of dat hij die heeft gestimuleerd of goedgepraat. [...] Hij durfde de Duitsers tegenspel te bieden. [...] Van rehabilitatie willen de schrijvers van Moed en Overmoed niets weten. "Dat is helemaal niet aan de orde. Dat Pont, zoals hij later zie, alleen maar de belangen van de Apeldoornse bevolking had gediend, onderschrijven wij niet. maar wie hem zonder meer als 'foute' burgemeester wegzet, doet hem geen recht. Dát beeld proberen wij in ons boek te corrigeren en te nuanceren." ' David Levie in: De Stentor/Apeldoornsche Courant, p. 29-30; 'De biografie van Dirk Frans Pont is niet bedoeld als rehabilitatie, aldus Thea de Roos-van Rooden. "Maar hij heeft wel zijn waarde gehad voor Hillegom." [...] Geleidelijk aan raakte hij verzeild in rechts vaarwater, concludeert De Roos-van Rooden, zelf ook voormalig burgemeester. Het is volgens haar te makkelijk om het over "goed en fout" te hebben. De auteurs hopen met hun boek aan te tonen dat tussen zwart en wit nogal wat grijstinten zitten. "Pont heeft wel foute keuzes gemaakt, maar wás niet fout".' Wessel Mekking in: Haarlems Dagblad, 11-11-10; ‘Ik ga u derhalve nu drie recent verschenen boeken van de door mij geliefde uitgeverijen noemen, die sowieso gemeen hebben, dat het boeiende uitgaven van grote klasse zijn: […] Wat let u dit tiental aan de Sint die dit weekeinde in ons land arriveerde te overhandigen? De heilige en u zitten dan goed, want de onderhavige uitgeverijen nemen doorgaans alleen werken in hun fonds op, die er echt toe doen. Een leven lang!’ Piet Kaptein op: Kabelkrant.nl, 18-11-10; '"Moed en overmoed" toont wederom aan dat de grens tussen goed en fout niet zo simpel te trekken is als vaak gedacht wordt. [...] Het boek is overzichtelijk en zakelijk geschreven, waarbij objectiviteit nauwlettend in de gaten werd gehouden tijdens het schrijfproces. Zoveel mogelijk worden de conclusies van de auteurs gestaafd met bewijzen, aan het boek is dan ook een studie van drie jaar voorafgegaan. Er worden geen zijpaden bewandeld, beiden blijven bij de kern van hun onderwerp: de rol en de betekenis van Dirk Frans Pont. "Moed en overmoed" is behalve een boeiend boek ook een leerzaam boek. Het gaat immers ook over moeilijke situaties, waarvoor geen eenvoudige oplossingen te vinden zijn en waarvan de huidige en latere generaties zich nog nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.' Annabel Verwer op: www.boekbesprekingentweedewereldoorlog.wordpress.com, oktober 2010; 'Het is bepaald geen verdedigend boek geworden, maar zij [=Jan de Roos en Thea de Roos-van Rooden] laten zien dat niet zozeer Ponts politieke opvattingen als wel zijn karaktertrekken voor moeilijkheden zorgden. [...]Uit deze heldere en compacte biografie blijkt dat het grijze gebied tussen "goed" en "fout" in de oorlog vele varianten kent.' Hans Renders in: Parool 5 januari; 'Jan en Thea de Roos hebben de levensloop van Pont in nuchtere en zakelijke stijl beschreven en zich niet laten leiden door emoties en vooroordelen. Het resultaat is een levensecht portret van een fascinerende figuur, boeiend om te lezen voor iedereen die de gedragingen van Nederlandse bestuurders tijdens de Tweede Wereldoorlog wil doorgronden. Simon Kooistra in: VNG Magazine 7-1-2011; 'Aan Ponts Apeldoornse periode is terecht veel aandacht besteed (pp. 114-161). Daarmee is een lacune in de bestaande geschiedschrijving over Apeldoorn in de Tweede Wereldoorlog opgevuld.' In: Felua 25 (2010) 3-4, p. 44-45; ‘De NSB-burgemeester is een mythische figuur in de geschiedenis van het Nederlandse openbare bestuur. […] Deze mensen leven voort als hongerig naar macht, incompetent en in aanleg misdadig, bovendien als vijanden van de natie en landverraders. Wie dit beeld aan de veelgelaagde historische werkelijkheid wil toetsen, kan terecht in de uitstekend onderbouwde en helder beargumenteerde biografische studie over D.F. Pont, tijdens de bezetting burgemeester van Apeldoorn.’ Peter Romijn in: Openbaar Bestuur 21 (2011) 12, p. 28. Verder gesignaleerd in: Kleio 51 (2010) 7, p. 14; Binnenlands bestuur 5-11-2010, p. 39; Protestants Nederland 77 (2011) 4, p. 101; Genealogie 17 (2011) 2, p.72.