€ 33,-
In het tijdvak 1770-1830 verbreidde zich onder de geletterde burgerij in Duitsland de opvatting, dat de ware menselijke bestemming is gelegen in 'Bildung': in geestelijke en morele vervolmaking. Daar zij zich concentreert op de innerlijke karaktervorming van het individu, heeft deze 'Bildungsphilosophie' op het eerste gezicht een a-politiek karakter. Dat dit beeld onjuist is, blijkt uit deze studie waarin de 'Bildungsidee' wordt bezien in de politieke en sociale context waarbinnen zij zich ontwikkelde. Labrie laat zien hoe mede onder invloed van Herder het idee van 'Aufkläring' werd verdrongen door 'Bildung'. De politieke gebeurtenissen van de jaren negentig tasten het vertouwen in het 'Humanitätsideal' aan en brachten Von Humboldt tot de ontwikkeling van zijn 'Bildungsphilosophie'. Deze richt zich tegen de bestaande politieke praktijk waarin de macht tot een doel op zich is geworden, tegen een instrumentalistische opvatting van de politiek die zich slechts bekommert om de vraag hoe men macht vergaart en organiseert. Via Von Humboldts onderwijssysteem dienden onmondige burgers omgevormd te worden tot vrije en zelfstandige burgers die via hun beroepsstand deel zouden hebben aan het politieke leven van de staat. De ontwikkeling van de neo-humanistische 'Bildungsidee' vond haar eindpunt in de filosofie van Hegel. Gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw won het 'Bildungsbürgertum' – de burgerlijke voorhoede – aan invloed en aanzien. Hierdoor werd 'Bilding' echter steeds meer een statussymbool en een middel om carrière te maken in plaats van een doel op zich. Aangezien deze carrière doorgaans via overheidsfuncties gestalte kreeg, ging de kritische houding ten opzichte van de staat, die voor Herder en Von Humboldt een logisch uitvloeisel was geweest van hun ideeën omtrent 'Bildung', geleidelijke verloren. Sterker nog: toen zich in de tweede helft van de negentiende eeuw onder het 'Bildungsbürgertum' de vrees verbreidde dat het voortschrijdende moderniseringsproces zijn status zou kunnen bedreigen, zocht men steun bij de autoritaire 'Obrigkeitsstaat'.