€ 45,-
In de eeuwenlange strijd van onze voorouders tegen het water geldt het droogleggen van de grote Noord-Hollandse meren in de zeventiende eeuw nog altijd als een verbluffend staaltje van technisch vakmanschap en gedurfd ondernemerschap. Deze prestatie wordt doorgaans in verband gebracht met de VOC-mentaliteit van de toenmalige kooplieden die juist in die jaren dankzij een snel uitdijend handelsnetwerk veel kapitaal hadden vergaard. In Lofwaerdighe dijckagies en miserabele polders staan de kosten en baten van de bedijkingsactiviteiten centraal. Han van Zwet beschrijft op heldere wijze de bij landaanwinning gevolgde aanpak, de problemen waar de bedijkers tegen aanliepen en de uitgaven waarvoor zij kwamen te staan. De investeringen en rendementen verschilden van polder tot polder. De animo tot deelname bleef echter onverminderd hoog. Op boeiende wijze laat Van Zwet zien hoe de initiatiefnemers van de verschillende projecten daar handig gebruik van maakten.
'Ze deden maar wat graag mee in de aanleg van een nieuwe polder, de hoogmogende heren van Holland aan het begin van de zeventiende eeuw. De economie groeide al tientallen jaren onstuimig, en de groei zou er nog lang niet uitgaan - misschien wel nooit. Misplaatst optimisme is, zo blijkt, van alle tijden. [...] Han van Zwet, wonend aan de rand van de Beemster, de eerste van die grote droogmakerijen, deed uitgebreid onderzoek naar de wederwaardigheden van deze investeerders. [...] Acht polders bestudeerde Van Zwet (we zullen hier voor het gemak alles "polder" noemen). Dat begon met de inpoldering van de Beemster. Hoe het daarmee ging, kan model staan voor hoe het met al die inpolderingen ging - voor een groot deel, maar niet helemaal. [...] Ter financiering trokken de initiatiefnemers nog eens ruim honderd investeerders aan, want voor een droogmakerij was veel geld nodig. Ieder schreef in op een bepaald aantal hectaren - men sprak toen van "morgens" - van de nieuwe grond. Naar rato van het aantal dat ze toebedeeld kregen, werden de investeerders om de paar maanden aangeslagen voor een bijdrage in de lopende kosten. [...] over het geheel genomen kregen de investeerders wat ze ervan verwacht hadden. Ze hadden nog tientallen jaren plezier van hun avontuur. Dertig jaar later en vele polders verder, waren de tijden veranderd. Maar geen mensen die het zag - of wilde zien. [...] Verblind door winstbejag stroomden de investeerders nog steeds gretig toe, maar zonder uitzondering kwamen zij van een koude kermis thuis. Het economisch tij was voorgoed gekeerd en aan het spectaculaire Noord-Hollandse bedijkingsavontuur kwam een abrupt eind.' Chris Sprangers in: Intermediair/Wetenschap 8-10-2009, p. 37-39; [...] zonder mee een een omvangrijk en mooi vormgegeven werk, met veelvuldige illustraties. De vraagstelling die eraan ten grondslag ligt, is vrij eenvoudig samen te vatten: wat hebben de droogmakerijen gekost, welk rendement leverden de investeringen op, en wie waren de investeerders? De antwoorden worden gezocht en geconden in een glashelder gestructureerd betoog, gestoffeerd met zeer volledig en kritisch bronnenonderzoek. [...] De hoofdstukken die zelden korter zijn dan 60 bladzijden, verlenen het niet alleen een zekere monumentaliteit, maar ook enigszins de allure van een naslagwerk. Het is een boek dat het historisch onderzoek zonder meer verder zal helpen, en behalve een schat aan informatie ook enkele methodologische vernieuwingen aanlevert. We hebben dus lof voor dit boek. Men zou kunnen zeggen dat de auteur zijn onderwerp evenwel ietwat eenzijdig benaderd heeft. Dat klopt ook: men zoekt tevergeefs naar de implicaties van zijn conclusies voor debatten in andere takken van de geschiedwetenschap, ondanks de vele mogelijkheden daartoe. [...] Het is met andere woorden een bewuste keuze geweest en die valt mijns inziens wel te verantwoorden: de terra incognita is uiterst minutieus in kaart gebracht.' Siger Zeischka in: Studium. Tijdschrift voor Wetenschaps- en Universiteitsgeschiedenis 3 (2010) 2, p. 94; 'Han van Zwet heeft een zeer grondige en goed onderbouwde analyse van landaanwinningsprojecten in Hollands Noorderkwartier afgeleverd. Het enige kritiekpuntje dat ik kan bedenken is het ontbreken van een comparatieve invalshoek. Hij beperkt zich helemaal tot zijn eigen onderzoeksgebied. Dat is ergens wel begrijpelijk, omdat er een vergelijkbare diepgaande analyse elders nog nooit is uitgevoerd. Maar toch is het jammer datbe schikbare gegevens over de financiële kant van landaanwinning elders, bijvoorbeeld uit Baars' Geschiedenis van de landbouw in de Beijerlanden, dat wel is geraagdpleegd door Van Zwet, niet zijn gebruikt. Een vergelijking met de technisch meer eenvoudige en goedkopere bedijkingen van Zuidwest-Nederland had de oorzaken van het geringere rendement van de Noord-Hollandse droogmakerijen meer in perspectief kunnen plaatsen. Maar dat neemt niet weg dat Van Zwet voor het Noorderkwartier een standaardwerk heeft geschereven.' Piet van Cruyningen in: Tijdschrift voor Geschiedenis 123 (2910) p. 284-285.
Verder gesignaleerd in: Geschiedenis Magazine 45 (2010) 2.