€ 40,-
Dit boek is uitverkocht.In laatmiddeleeuws Leiden was een kleine groep vooraanstaande burgers zeer invloedrijk op zowel bestuurlijk als economisch, sociaal als religieus vlak. Deze sociale laag in de middeleeuwse stedelijke samenleving, het patriciaat, bestond uit regerende families, hun verwanten en degenen die hen in sociaal en economisch opzicht evenaarden. Het patriciaat was niet alleen een kring van bestuurders, maar investeerde in handel en nijverheid, grond en renten en het pachten van overheidsinkomsten. Daarnaast maakten leden van het patriciaat deel uit van het grafelijk ambtenarenapparaat en traden clerici uit patricische families op als kanunnik in het door het patriciaat gestichte St-Pancraskapittel. Hoe meer van deze terreinen een familie bestreek, hoe groter haar invloed. Van Kan belicht in deze studie het Leids patriciaat in al zijn facetten, vanaf zijn eerste verschijnen op het eind van de dertiende eeuw tot in 1420, wanneer de burggrafelijke macht verdween en de macht overging van de Hoeken naar de Kabeljauwen.