Registreren
Wachtwoord vergeten?
Winkelmandje (€ 0,-)
Verloren
381
850
1018
1227
1256
1320
1457
1500
1596
1658
1718
1806
1877
1946
381

381: In dit jaar ging een aanzienlijke Romeinse vrouw, Egeria, op reis naar Palestina, Egypte en Syrië. Zij wilde met eigen ogen alle Bijbelse plaatsen zien. Aan het verslag van haar pelgrimage voegde zij een beschrijving van de liturgische vieringen in Jeruzalem toe. Zie ook: In het land van de Bijbel; Ambrosius Zeebout, Tvoyage van Mher Joos van Ghistele.

850

850-875: Het Evangeliarium van Egmond, dat de oudst bekende afbeeldingen van mensen en gebouwen uit de Nederlanden bevat, wordt vervaardigd. Rond 975 komt het in bezit van Graaf Dirk II van Holland, die er een met edelstenen bezette gouden band omheen laat zetten en het aan de Egmondse Abdij ten geschenke geeft. Zie ook: Annalen van Egmond; Het klooster Egmond: hortus conclusus.

1018

1018: Hertog Godfried van Lotharingen probeert met een landing in vijandelijk gebied de burcht in Vlaardingen te veroveren. Van de strijd en het daaropvolgende bloedbad is een verslag bewaard gebleven van de hand van Alpertus van Metz. Zie ook: Alpertus van Metz, Gebeurtenissen van deze tijd. Een fragment over bisschop Diederik I van Metz. De mirakelen van de heilige Walburg in Tiel.

1227

1227: Onder leiding van de bisschop van Utrecht eindigt de slag tegen opstandelingen bij Ane in een nederlaag. In hun zware harnassen en onder vuur van de boogschutters zinken de ridders weg in het Drentse moeras: 400 strijders laten het leven. Zie ook: Ronald de Graaf, Oorlog om Holland 1000-1375; Een verhaal over Groningen, Drente, Coevorden en allerlei andere zaken onder Utrechtse bisschoppen.

1256

1256: Graaf Willem II van Holland zakt bij Hoogwoud met paard en al door het ijs en wordt vermoord door de Westfriezen. Zijn zoon Floris V volgt hem op. Zie ook: De stadsrechten van Graaf Willem II van Holland; Jan Willem Verkaik, De moord op graaf Floris V; Antheun Janse, Ridderschap in Holland.

1320

Omstreeks 1320 wordt in Brabant  de Lancelotcompilatie vervaardigd. Het is een bewerking in Middelnederlandse verzen van de dertiende-eeuwse Franse trilogie Lancelot du Lac - la Queste del Saint Graal - La Mort le Roi Artu.  Hieraan zijn zeven ridderomans toegevoegd, waardoor de Lancelotcompilatie de schatkamer is van de Middelnederlandse Arturliteratuur. Zie ook: De ongevalliche Lanceloet. Studies over de Lancelotcompilatie.

1457

1457: Suster Bertken laat zich inmetselen in de Utrechtse Buurkerk. Met één raam naar de straat en een ander dat uitziet op het altaar vormt zij een schakel tussen kerk en wereld. In haar kluis schrijft ze verschillende gebeden, traktaten en liederen. Zie ook: Bertken Jacobs, Mi quam een schoon geluyt in mijn oren; Anneke Mulder-Bakker, Verborgen vrouwen. Kluizenaressen in de middeleeuwse stad.

1500

1500: Na de uitvinding van de boekdrukkunst door Gutenberg maakt de boekproductie in de Nederlanden een stormachtige ontwikkeling door. Er worden tal van bijbels en volksboeken gedrukt. Zie ook: Willem Heijting, Profijtelijke boekskens; De gedrukte Nederlandse Reynaerttraditie; De tovenaar Vergilius.

1596

1596: Constantijn Huygens wordt geboren te Den Haag. Deze diplomaat, dichter, musicus en componist zou een vooraanstaande rol spelen in het Hollandse culturele leven van de Gouden Eeuw. Zie ook: Inge Broekman, De rol van de schilderkunst in het leven van Constantijn Huygens (1596-1687); Rudolf Rasch, Driehonderd brieven over muziek van, aan en rond Constantijn Huygens; Vrouwen rondom Huygens.

1658

1658: VOC- viceadmiraal Witte de With sterft op zee tijdens een gevecht om de Sont. Zijn gebalsemde lichaam wordt een jaar later bijgezet in een praalgraf in de Rotterdamse Sint-Laurenskerk. Zie ook: Anne Doedens, Witte de With 1599-1658; De jacht op Spaans zilver; Wendy de Visser, Piet Hein en de zilvervloot.

1718

1718: Op 6 Augustus wordt Jacob Frederik Muller, alias Jaco, op de Dam geradbraakt. In de Amsterdamse geschiedenis geldt hij als de grootste schurk aller tijden. Zijn reputatie is gebaseerd op een pamflet met ombetrouwbare gegevens dat verscheen tijdens de appèlprocedure voor het Hof van Holland. Zie ook: Frans Thuijs, De ware Jaco.

1806

1806: Op verzoek van een delegatie uit de Nederlanden benoemt keizer Napoleon zijn broer Lodewijk Napoleon tot koning van het Koninkrijk Holland. Zijn pogingen Nederlands te spreken, leiden tot de bijnaam 'conijn van Holland'. Zie ook: Amsenga/Dekkers, 'Wat nu?', zei Pichegru ; Nederland in Franse schaduw.

1877

1877: Aletta Jacobs legt als eerste Nederlandse vrouw het universitair examen Geneeskunde af. Met haar latere strijd voor het vrouwenkiesrecht staat zij aan het begin van de eerste feministische golf. Tijdgenote Johanna Naber bevordert de maatschappelijke erkenning van vrouwen door hen op de voorgrond te plaatsen in haar geschied-verhalen. Zie ook: Maria Grever, Strijd tegen de stilte; Anneke Ribberink, 'Leidsvrouwen en zaakwaarneemsters'.

1946

1946: Op 15 november wordt het Akkoord van LInggadjati gesloten. Nederland zou samen met de Verenigde Staten van Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen de Nederlandsch-Indische Unie vormen. De Tweede Kamer gaat niet akkoord. UIteindelijkt leidt dit tot de politionele acties. Zie ook: Frans Glissenaar, 'DD'. Het leven van E.F.E. Douwes Dekker; Idem, Indië verloren, rampspoed geboren; Linggadjati.

  • Home
  • Boeken
  • Tijdschriften
  • SERIES
  • Over Ons
  • Nieuws
  • info en links
  • Contact
Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de Amsterdamse stapelmarkt (1578-1630)

€ 40,-

Dit boek is uitverkocht.

Details
Redactie:
-
ISBN:
9065506209
NUR:
685, 696
Boeksoort:
w
Talen:
Nederlands
Uitgever:
Verloren
Druk:
1
Jaar van uitgifte:
2000
Aantal bladzijdes:
350
Bindwijze:
ing
Extra:
UITVERKOCHT!
Aantal delen:
1
Status:
uitverkocht

Overzicht > geschiedenis > sociaal-economisch > Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de Amsterdamse stapelmarkt (1578-1630)

Oscar Gelderblom
Flaptekst

Al meer dan honderd jaar twisten historici over de rol die Zuid-Nederlandse kooplieden speelden bij de opkomst van Amsterdam als centrum van de wereldhandel aan het einde van de zestiende eeuw. Was deze Amsterdamse opbloei te danken aan het grote kapitaal, de specialisatie in luxegoederen en de uitgestrekte handelsnetwerken die een kleine Antwerpse koopmanselite na 1590 introduceerde of aan structurele ontwikkelingen waar de Zuid-Nederlandse kooplieden handig bij aanknoopten? Bewijsmateriaal ontbreekt en telkens worden dezelfde oude publicaties aangehaald. De door Oscar Gelderblom samengestelde collectieve biografie van zo'n 850 Zuid-Nederlandse kooplieden - met gegevens over herkomst, beroep, geloof, leeftijd, welstand, migratie en handelsactiviteiten - geeft voor het eerst een volledig beeld van de Zuid-Nederlanders die naar Amsterdam kwamen. Bovendien beschrijft Gelderblom het wel en wee van drie generaties van de koopmansfamilie Thijs (±1550-±1630). Deze geschiedenis toont de dagelijkse praktijk van de handel en laat zien hoe de nieuwkomers zich een plek verwierven op de Amsterdamse stapelmarkt. De combinatie van deze twee onderzoeksmethoden leidt tot nieuwe inzichten, door Gelderblom meeslepend geformuleerd.

Recensie

'Over kooplieden op de Amsterdamse stapelmarkt weten we nu in allerlei opzichten veel meer dan een jaar of tien geleden. Het debat kan nu in exacter termen worden gevoerd dan voorheen. En de vragen over wat we nog niet weten, kunnen gerichter worden geformuleerd. Dat is geen geringe verdienste.' C.A. Davids in: BMGN, 116/4, 2001. 'Het onderwerp van het in Utrecht verdedigde proefschrift van Oscar Gelderblom, de bijdrage van Zuid-Nederlandse kooplieden aan de opkomst van de Amsterdamse stapelmarkt, is dus niet nieuw. De gebruikte methode, de prosopografie, is dat wel. (...) Het resultaat dwingt bewondering af: een verzameling gegevens met betrekking tot 852 kooplieden. Dit gegevensbestand vormt het fundament voor een goed geschreven boek, voorzien van een aantal omvangrijke bijlagen waaronder een met naam, beroep en herkomst van de 852 kooplieden. Daarnaast is gebruik gemaakt van familiearchieven om een koopmansfamilie over meerdere generaties te volgen, wat een mooie case study oplevert.' Milja van Tielhof in: NEHA-bulletin, 15/1, 2001. 'Gelderbloms verhaal maakt een overtuigende indruk, en is op solide feiten gebaseerd. Zonder twijfel zal er nog wel weer eens een vindingrijke historicus opstaan, die hier en daar zijn vraagtekens invult achter Gelderbloms conclusies. Maar hij zal aan dit boek niet voorbij kunnen gaan. Andermaal is de prosopografische methode vruchtbaar gebleken.' A.Th. Van Deursen in: de Volkskrant, 2 februari 2001. 'Zoals het boek er nu ligt, is het vooral een reeks voorlopige resultaten, waarbij met name vanaf circa 1620 de betrouwbaarheid wankelt. De auteur relativeert uiteindelijk vooral de rol van de Zuid-Nederlandse kooplieden, en waarschijnlijk terecht. Maar hopelijk is hij nog niet uitgezocht: met deze dissertatie heeft hij het nodige grondwerk gedaan, waar hijzelf en anderen nog nader mee vooruit kunnen.' C.O. van der Meij in: NRC, 16-2-2001. 'Met zijn onderzoek heeft Gelderblom een belangrijke bijdrage geleverd aan de discussie over de betekenis van de Zuid-Nederlanders voor de opkomst van Amsterdam als centrum van de wereldhandel. De argumentatie zit goed verankerd in een hechte en stevige fundering van primaire bronnen. Het notarieel archief van met name Amsterdam bewijst andermaal wat een schat aan informatie deze bron bevat en meer nog, dat minutieus onderzoek daarin tot concrete, nieuwe resultaten leidt. De combinatie van notariele informatie met gegevens uit andere bronnen levert sterk en interessant bewijsmateriaal op. Behalve dat het onderzoek van Gelderblom uiterst gedetailleerd is, is het verhaal ook nog prettig, helder en geanimeerd geschreven. Het betoog is logisch en overzichtelijk opgebouwd. Het biedt nieuwe inzichten voor diegenen die onderzoek doen naar ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt. Bovendien laat Gelderblom zien dat de Hollandse economie voor 1590 op een hoger niveau van ontwikkeling stond dan sommige historici menen. (...) Ik vind dat Oscar Gelderblom een waardevolle en belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse geschiedschrijving en aan het historisch debat. En dat is geen geringe prestatie.' Paul C. van Royen in: Tijdschrift voor Geschiedenis, jg. 115/2, 2002.

Vergelijkbare titels:
Huur en conjunctuur

Huur en conjunctuur

Clé Lesger
€ 11,40
'Een slaafsch en ongezond bedrijf'

'Een slaafsch en...

John Dehé
€ 39,-
Textielhistorische Bijdragen 39 (1999)

Textielhistorische...

-
€ 18,50
Arbeid tijdens het handelskapitalisme

Arbeid tijdens het...

J.L. van Zanden
€ 21,-
De Delftse pottenbakkersnering in de Gouden Eeuw (1575-1675)

De Delftse...

Marie-Cornélie Roodenburg
€ 21,-
  • Uitgeverij Verloren
  • Torenlaan 25
  • 1211 JA
  • Hilversum
  • T: 035-6859856
  • F: 035-6836557
  • E: bestel@verloren.nl