€ 12,50
Het is de vraag of er in de Nederlandse historiografie sprake is van een 'Utrechtse school'. In deze bundel wordt getracht een antwoord te vinden op deze vraag. Om enige afbakening aan het onderwerp te geven, hebben de auteurs zich beperkt tot de moderne, professionele geschiedschrijving. Het startpunt ligt dus in de tweede helft van de negentiende eeuw. Als er al sprake is geweest van een Utrechtse traditie, dan valt die op twee terreinen te verwachten. Ten eerste op het gebied van de professionalisering, met name op het vlak van de bronnenkritiek, editietechniek en dergelijke. Een tweede schoolvorming zou eerder politiek-maatschappelijk van aard zijn en gezocht moeten worden in een liberaal en sociaaldemocratisch engagement, dat journalistiek vorm is gegeven.
Inhoud: H. SANCISI-WEERDENBURG, Een Spaanse herberg in Utrecht L.J. DORSMAN, Utrecht en het Historisch Genootschap M. DE JONG, Mediëvisten, antropologen en de 'calculating native' J.L. VAN ZANDEN, Johannes Gerard van Dillen. Een miskende Amsterdammer in de 'Utrechtse School' J. VAN GOOR, Utrecht en de koloniale geschiedschrijving P. VAN HEES, Journalist-Historicus-Hoogleraar. G.W. Kernkamp, P.C.A. Geyl en C.D.J. Brandt. Een traditie in de Utrechtse School? H.C. TEITLER, J.H. Thiel (1896-1974), een geëngageerd historicus E. JONKER, Scholen en stijlen in de Utrechtse geschiedbeoefening 1945-1988