€ 25,-
De middeleeuwse literatuur lijkt te wemelen van de wonderbaarlijke elementen. In sommige teksten manifesteren die zich als mirakels, waarin Gods hand te herkennen valt, in andere treffen we magie, fabelwezens, onverklaarbare gebeurtenissen en verbazingwekkende voorwerpen aan, en daarnaast zijn er ook heel wat teksten waarin al deze soorten wonderen worden gecombineerd. In de bijdragen in dit themanummer van Queeste worden de verschillende manifestaties van het wonderbaarlijke en hun onderlinge relaties onderzocht. De auteurs analyseren daarbij de precieze betekenis en de impact van het wonderbaarlijke in diverse tekstgenres: van biografieën van moderne devoten via de Middelnederlandse vertalingen van Caesarius van Heisterbachs Dialogus Miraculorum tot de ridderromans Roman van Walewein en Parthonopeus van Bloys.
Inhoud: AN FAEMS, Wonder groet. Het wonderbaarlijke in Middelnederlandse teksten KATRIEN HEENE, 'Ende sie worden zeer verwondert diet seghen'. Het wonderbaarlijke in de biografieën van de moderne devoten JASMIN MARGARETE HLATKY, 'vergadert van cesarrius tot stichticheit der moniken die in cloesteren woenen'. Der praktische Bezug in Caesarius von Heisterbachs «Dialogus Miraculorum» JOHN VERBEEK, 'Hare herten stont te storme van groten wondere!' Wonderen in pluskwadraat in de «Roman van Walewein» ANNE REYNDERS, Het wonder gerelativeerd. Magie in de «Parthonopeus van Bloys» STIJN BUSSELS, Between Decency and Desire. Verbal and Visual Discourses on Dress and Nudity in the Antwerp Entry of 1549 W.P. GERRITSEN, De eenhoorn, de Bijbel en de Physiologus. De metamorfose van een Oud-Indische mythe Naar aanleiding van …