Buyten gaets
Jaar van uitgifte 1998
Nur1 685
Nur2 621
Reeks naam Egodocumenten
Status leverbaar
Taal Nederlands
Tweede taal zeventiende-eeuws Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 125
Redactie Marijke Barend-van Haeften
Extra geïllustreerd
Reeks nummer 15
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Beide teksten zijn voortreffelijk uitgegeven, met een zorgvuldig gedocumenteerde inleiding, tot en met details over de scheepsdekken waarover van Overbeke het heeft, en een prima notenapparaat (hoewel niet alles verklaard en opgelost is), kortom een onberispelijke uitgave van hoog niveau. Dat ze is opgenomen in de inmiddels goed lopende reeks Egodocumenten onder leiding van R. Dekker en G.J. Johannes heeft alles te maken met de teneur van beide teksten. Het zijn reisbeschrijvingen in een burleske stijl, die echter niet tot doel hebben de lezer te informeren over de reis als zodanig, maar uitsluitend gericht zijn op het amuseren van het beoogde publiek. (...) De historicus die dieper in de zeventiende eeuw wil binnendringen, kan alleszins niet aan deze'literaire' teksten voorbij, daarvoor zijn ze veel te nauw op de toenmalige realiteit van het reizen en grappen maken betrokken.' Johan Verberckmoes in: Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis t. 78/4, 2000.

Buyten gaets

Aernout van Overbeke | 9065501533
15,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Twee burleske reisbrieven van Aernout van Overbeke.
 

 

'Eerbaere, Deugtrijcke, Vrome, beleefde Juffrouwen waere het anders het soude mij van herten leet zijn', zo luidt de aanhef van de brief die de 37-jarige dichter en jurist Aernout van Overbeke op 15 december 1669 vanuit Batavia schreef aan zijn vier vriendinnen: Clara van Vlooswijck, Eva Hasselaer, Alida Tromp en Adriana Brasser. In deze brief doet hij op burleske wijze verslag van zijn reis op het VOC-schip Zuidpolsbroek, waar hij als opperkoopman de hoogste gezagsdrager was. In Indië werd hij lid van de Raad van Justitie. Enkele maanden eerder had hij ook al een, twee keer zo lange, reisbrief verstuurd naar zijn 'Broeders, Vrienden en Bekenden'. De strekking van beide brieven is dezelfde, maar stilistisch en inhoudelijk zijn de brieven verschillend. Het is duidelijk dat de sekse van de geadresseerde hierbij een belangrijke rol heeft gespeeld. In de 'mannenbrief' worden bijvoorbeeld meer zakelijke details verstrekt over het varen en laat Van Overbeke zijn vrienden kennismaken met diverse personen aan boord en hun functies. De 'vrouwenbrief' is directer, speelser en taliger van toon. In de 'mannenbrief' verwijst hij naar klassieke auteurs, in de 'vrouwenbrief' naar de arcadische literatuur en populaire prozaromans. Beide, hier uitgegeven, reisbrieven getuigen van Van Overbekes uitzonderlijke schrijftalent. Hij is persoonlijk en spitsvondig, en verschaft intieme informatie over het leven aan boord. Hij beheerst een ingenieuze, met literaire toespelingen doorweven soort van humor, die behalve als tekstueel en communicatief spel ook de functie heeft gehad van medicijn tegen aanvallen van melancholie, veroorzaakt door het gedwongen celibatair leven aan boord en door het ontbreken van gastronomische genoegens en vrolijk gezelschap. De inleiding bij de editie geeft een beeld van de historische achtergronden (auteur, vriendinnen, Indië-vaart, de Zuidpolsbroek) èn literairhistorische aspecten (genre, burleske procédés, functie van de humor) van deze twee amusante reisbrieven.