€ 21,-
Dit boek is uitverkocht.In deze bundel zijn de lezingen samengebracht van het historisch congres dat van 3 tot 5 juni 1998 te Leeuwarden werd gehouden ter gelegenheid van de manifestatie 'Fryslân 500'. Twaalf auteurs, onder wie W.P. Blockmans, J. de Vries en A.Th. van Deursen, laten hun licht schijnen op de problematiek van macht en zeggenschap in een dynamische periode, waarin Friesland een ontwikkeling meemaakte van een archaïsche vetemaatschappij naar een relatief modern centraal bestuurd gewest. De bijdragen cirkelen om drie belangrijke breukvlakken. Het eerste wordt gevormd door de introductie van een landheerlijk gezag in 1498 door hertog Albrecht van Saksen, die op basis van blokhuisbouw en belastingheffing de staat het monopolie van het geweld bezorgde. Met zijn optreden maakte Albrecht een einde aan de door velen bejubelde, door anderen verafschuwde Friese vrijheid. Een tweede breukvlak kan worden aangewezen in de omwenteling van 1580 waarbij de Staten van Friesland de souvereiniteit verwierven. De derde diep ingrijpende ontwikkeling was de totstandkoming van het stemreglement van 1640, waarin de machtsverhoudingen tussen adel, steden en stadhouder voor ruim anderhalve eeuw zouden worden vastgelegd. Met hun bijdragen hopen de auteurs het nadenken over Frieslands plaats in het Europese staatsvormings-proces te stimuleren.
Inhoud: Voorwoord WIM BLOCKMANS, Van private naar publieke macht in de vijftiende en zestiende eeuw OEBELE VRIES, Staatsvorming in Zwitserland en Friesland in de late middeleeuwen. Een vergelijking P.N. NOOMEN, De Friese vetemaatschappij: sociale structuur en machtsbases J.A. MOL, Hoofdelingen en huurlingen. Militaire innovatie en de aanloop tot 1498 PAUL BAKS, Saksische heerschappij in Friesland, 1498-1515: dynastieke doelstellingen en politieke realiteit MARTHA KIST, Centraal gezag en Friese vrijheid: Jancko Douwama’s strijd voor de Friese autonomie ONNO HELLINGA, Hessel Aysma en de Opstand in Friesland, 1577-1587 JAN DE VRIES, De economische ontwikkeling van Friesland na het einde van de Friese vrijheid W. BERGSMA, Kerk en staat in Friesland na 1580 YME KUIPER, Profijt, eer en reputatie. Friese adel en politieke cultuur in het tweede kwart van de zeventiende eeuw LUUC KOOIJMANS, Hoe Willem Frederik stadhouder van Friesland werd A.TH. VAN DEURSEN, De plaats van het gewest Friesland in de Republiek Over de auteurs
'De bundel is gemakkelijk raadpleegbaar door twee indexen: één op persoonsnamen en één op plaatsnamen. Het is een alleszins verantwoorde publicatie geworden. Professionele beoefenaars en liefhebbers van de Friese geschiedenis beschikken hiermee over waardevolle studies over de vroegmoderne tijd in het gewest.' A.-P. van Nienes in: Archievenblad oktober 1999. '[...] deze fraai uitgevoerde en geïllustreerde bundel [bevat] een reeks wetenschappelijke, goed geannoteerde artikelen [...]. De geïnteresseerde lezer die bij Nederlandse geschiedenis niet meteen aan Hollandse geschiedenis wil denken krijgt veel studiemateriaal aangereikt over een van de andere Nederlandse gewesten in de woelige periode van 1450 tot 1650.' P.L. Trommel in: Reformatorisch Dagblad (27-10-1999). 'Het fraai geïllustreerde Fryslân, staat en macht 1450-1650 is niettemin als geheel een boek van bovenregionaal belang, bestemd voor allen die geïnteresseerd zijn in het staatsvormingsproces.' J.W.Koopmans in: BMGN 115/2, 2000. 'Fryslan, staat en macht' is een interessante bundel, hoewel eerder in zijn delen dan in zijn geheel. Op een enkele uitzondering na zijn de artikelen van een behoorlijk tot uitstekend niveau. [...] Voor een geïnteresseerde lezer valt er veel te genieten, bijvoorbeeld in de bijdragen van Kuiper, Bergsma en Mol. Bovendien zijn er ook duidelijke winstpunten. Weliswaar biedt 'Fryslan, staat en macht' nauwelijks nieuwe inzichten in de staatsvorming in Friesland in de zestiende en vroege zeventiende eeuw, de bundel toont daarmee tevens de noodzaak voor verder onderzoek aan.' Robert Stein in: It Beaken, jrg. 63/1, 2001. 'In deze congresbundel wordt de geschiedenis van Friesland tussen 1450-1650 vanuit vele invalshoeken belicht. Dit gebeurt, hoewel niet geheel systematisch, door twaalf verschillende auteurs, experts op het gebied van Friese geschiedenis en bekende meer nationaal georienteerde historici. In enkele gevallen leidt deze aanpak tot verrassende nieuwe visies op het Friese verleden. [...] Natuurlijk vormt dit boek geen eenheid en de vraag is ook of het zo wel bedoeld is. In enkele gevallen schemert toch enig verschil in visie door. Zo wijst Blockmans vooral op de nadelen van de repressie en oorlogen van het landsheerlijk gezag voor de plaatselijke bevolking, terwijl Mol meent dat door steden en standen de landsheer omarmt werd, omdat juist die vrede kon waarborgen. Mogelijk is dit, naast de meer verbrokkelde informatie over de periode na 1525 de reden dat de redactie het geheel niet afsluiten met een concluderend hoofdstuk. Zelf vond ik dat in verscheidene stukken wat weinig vergeleken werd met ontwikkelingen elders, waardoor het unieke van Fryslân misschien iets te veel benadrukt werd. Ook lijkt gedegen historisch onderzoek wat dichter bij veel van de schrijvers te liggen dan een op theoretische concepten geente benadering. Desondanks heb ik de bundel met plezier gelezen en zijn veel opgenomen bijdragen van een hoog niveau.' Richard F.J. Paping in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, jrg. 27/1, 2001. 'Taken together, these essays are a welcome addition to the growing body of historiography dedicated to examining the unique development of the many regions and territories that dotted the early modern European map. In an age of increasing European integration, this trend is a salutary reminder that political and territoiral heterogeneity was a commonplace before the age of the modern national state. Friesland was "peripheral" only from the point of view of Saxony, Habsburg, Spain, and republican Holland. Careful examinations of Friesland and other regions like it can only serve to increase our appreciation of how nuanced, complicated, and even "un-modern" the political environment of early "modern" Europe really was.' Christine Kooi, Louisiana State University, in: Sixteenth Century Journal, XXXII/4, 2001