€ 39,-
De Geldersen stonden in de vijftiende en zestiende eeuw te boek als boers, barbaars, oorlogszuchtig en rebels. Dit imago hadden zij te danken aan de vele oorlogen met de Bourgondische en Habsburgse vorsten, die het hertogdom Gelre wilden veroveren. Gelderse geschiedschrijvers zagen dat anders: zij beschreven hun landgenoten als dapper, sterk, ongekunsteld en vrijheidslievend. Aart Noordzij beschrijft de ontwikkeling van en de relatie tussen de Gelderse politieke gemeenschap en de Gelderse identiteit in de periode 1100-1600. Hij bespreekt achtereenvolgens de Gelderse dynastie, het land en de identiteit. In de verbeelding van Gelre speelden onder andere de naam 'Gelre' een rol, evenals de bloemen en de leeuw in het wapen, lieux de mémoire, dynastieke genealogieën en oorsprongverhalen, de fysieke kenmerken van het land, en de oude Germanen. Een collectief gedeeld Gelre-beeld ontbrak, maar juist daardoor kon de persoonlijke of lokale identiteit gerelateerd worden aan Gelre.
'Het proefschrift van Noordzij biedt een heldere analyse van de wisselwerking tussen de opkomst van Gelre als politieke gemeenschap en de vorming van een Gelderse identiteit.' Marjoke de Roos in: Geschiedenis Magazine 45 (2010) 2; ‘De vorming van een politieke gemeenschap en identiteit in Gelre staat centraal in dit zonder meer prikkelend te noemen boek, dat eerder als dissertatie aan de Universiteit Leiden werd verdedigd. In zijn inleiding richt de auteur een zwaar theoretisch bouwwerk op rond centrale begrippen als staatsvorming, politieke gemeenschap en vooral politieke identiteit. De speurtocht naar een veronderstelde Gelders identiteit (deel III van het boek) loopt langs analyses van twee sleutelbegrippen: de dynastie (deel I) en het land (deel II). […] Dit deel van het boek [deel I] overtuigt het meest. […] Waar evenwel verhalende bronnen zo frequent voor de beeldvorming naar voren worden gehaald, is het betreurenswaardig dat Noordzij geen systematische analyse van historiografische tradities en eigentijds bronnengebruik heeft ondernomen. Helaas is dat vóór hem nooit gebeurd. Het is echter zeer te waarderen dat hij diverse vrij onbekende kronieken, meestal uit de late vijftiende en zestiende eeuw, in het onderzoek heeft betrokken. […] Deel II (Land) daarentegen biedt minder nieuws. […] Met deel III zijn we beland bij de identiteit, de “mentale structuur van het territorium” zoals Noordzij die noemt. Het is aannemelijk dat de bewoners zich op de een of andere manier identificeerden met de dynastie […]. Ik kan meegaan in de constatering dat achtereenvolgende landsheren er relatief weinig aan gedaan hebben die identificatie aan te jagen. Dat evenwel de vorming van een welbepaald territorium met de naam van de dynastie, Gelre, een van de meest cruciale aspecten van de Gelderse politieke identiteit zou zijn, is minder overtuigend.[…] Noordzij overtuigt niet met de redenering dat het politieke particularisme bijgedragen heeft aan de ontwikkeling van een politieke identiteit. Het gaat om een schijnidentiteit, uit nood geboren.’ Remi van Schaik in: BMGN 126 (2011) 1, Webrecensie; 'Noordzij beschrijft in zijn proefschrift de ontwikkeling en de relatie tussen de Gelderse politieke gemeenschap en de Gelderse identiteit. De Gelderse graven (vanaf 1339 hertogen) moesten opereren binnen een sociaal-politieke structuur die eerst gevormd werd door een netwerk van de rond hem gegroepeerde lokale elite en die later geleidelijk overging in een netwerk dat zich rond het idee van een gemeenschappelijk territorium gevormd had. Tegerlijkertijd ging zich uit de losse verzameling van goederen, rechten en personen rond de graaf een territorium vormen en ontstond bij de elite van edelen, ministerialen (ridders) en stedelijke gemeenschappen het besef dat zij met Gelre een gemeenschappelijk belang had. Vanaf de veertiende eeuw wilden daarom de steden en de ridders ook meer invloed op het bestuur van het gemene land.' Hans Pols in: Kleio 50 (2009) 6, p. 32.