€ 29,50
Katholieke auteurs van schoolboeken uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw hielden rekening met opvattingen over literatuur die voor een deel bepaald werden door de katholieke geloofsleer. Zij keken dus door een roomse bril. Opvattingen over eigentijdse literatuur in de negentiende eeuw werden sterk beïnvloed door discussies over de gevaren van zedenbedervende lectuur en de waarde van moreel verheffende literatuur. Onderwijsgevenden vonden het vak lezen uitermate geschikt om katholieke geloofswaarheden uit te dragen. Het literatuuronderwijs speelde in de periode 1850-1920 een belangrijke rol in het proces van confessionalisering en verzuiling.Bram Noot onderzoekt in hoeverre de samenstellers van literatuurmethoden in hun zoektocht naar verantwoorde literatuur voor katholieken gereageerd hebben op kerkelijke richtlijnen en de inmiddels gevestigde neutrale canon voor het literatuuronderwijs.